1. Hij die ophoudt wethouder te zijn heeft, tenzij hij zonder
onderbreking weer als zodanig optreedt, recht op pensioen indien hij
op het tijdstip waarop hij ophoudt wethouder te zijn, de leeftijd
van 65 jaar heeft bereikt.
2. Hij die ophoudt wethouder te zijn vóór het bereiken van de
leeftijd van 65 jaar, heeft recht op pensioen bij het bereiken van
die leeftijd, tenzij hij op dat tijdstip weer als wethouder in deze
gemeente optreedt.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 2
Artikel 16
Het recht op eigen pensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders