1. De man of vrouw met wie een wethouder, gewezen of
gepensioneerde wethouder gehuwd is geweest, heeft na diens
overlijden recht op bijzonder nabestaandenpensioen, mits
a. hij of zij recht op nabestaandenpensioen zou hebben gehad,
indien de wethouder op de dag van het vonnis, waarbij de
echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk is uitgesproken,
zou zijn overleden, en
b. de onder a bedoelde dag ligt na 30 september 1971 en de
echtscheiding of ontbinding van het huwelijk niet is
uitgesproken met toepassing van het vóór 1 oktober 1971 geldende
recht.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien
van de vrouw of man van wie de aanmelding is geëindigd, mits zij
of hij recht op nabestaandenpensioen zou hebben gehad, indien de
wethouder, de gewezen of gepensioneerde wethouder op de dag van
eindigen van de aanmelding zou zijn overleden.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de
desbetreffende vrouw of man als gevolg van een huwelijk met, dan
wel met een aanmelding door dezelfde wethouder ter zake van
diens overlijden recht op nabestaandenpensioen verkrijgt.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 25
Bijzonder nabestaandenpensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders