1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
pensioenberekeningen over diensttijd tussen 31 december 1985 en
1 januari 1995.
2. De nabestaande die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft
bereikt en geen recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge
de Algemene nabestaandenwet, heeft tot de eerste dag van de
maand waarin hij die leeftijd bereikt recht op een toeslag op
zijn volgens artikel 28 berekende pensioen. Deze toeslag
bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het
nabestaandenpensioen tellend jaar twee en een half percent van
het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de
nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet
vermeerderd met de daarover berekende vakantie-uitkering
ingevolge die wet.
3. Wanneer betrokkene voldoet, onderscheidenlijk niet meer
voldoet, aan de voorwaarden omschreven in het tweede lid, dient
hij hiervan onmiddellijk kennis te geven aan burgemeester en
wethouders. De daarbedoelde toeslag gaat niet eerder in dan een
jaar voor de eerste dag van de maand waarin kennisgeving werd
gedaan of waarin die toeslag ambtshalve is toegekend.
4. Wanneer het bedrag van de nabestaandenuitkering ingevolge de
Algemene nabestaandenwet vermeerderd met de daarover berekende
vakantie-uitkering ingevolge die wet wordt gewijzigd, wordt de
in het tweede lid bedoelde toeslag dienovereenkomstig gewijzigd
met ingang van dezelfde dag als eerstbedoelde wijziging.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 29
Berekening nabestaandenpensioen tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders