1. Artikel 41 is van overeenkomstige toepassing indien voor een
nabestaande onderscheidenlijk een wees, naast recht op een of
meer nabestaandenpensioenen onderscheidenlijk wezenpensioenen,
krachtens of op de voet van de Algemene pensioenwet politieke
ambtsdragers recht bestaat op een of meer
nabestaandenpensioenen, onderscheidenlijk wezenpensioenen
krachtens een andere regeling, met dien verstande dat voor de in
het derde lid van dat artikel bedoelde grensbedrag en het in het
vierde lid van dat artikel bedoelde hogere bedrag, met
betrekking van een nabestaandenpensioen vijf zevende gedeelte,
met betrekking tot een wezenpensioen krachtens artikel 32,
eerste lid, onder b, twee zevende deel van die bedragen in de
plaats komt.
2. Voor de toepassing van dit artikel worden de toeslagen
bedoeld in de artikelen 29, 33, 36 en 37 niet onder pensioen
begrepen.
3. Artikel 35 wordt overeenkomstig toegepast.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 5 › Paragraaf 1
Artikel 42
Grensbedrag nabestaanden- en wezenpensioenen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders