1. Het wezenpensioen bedraagt:
a. voor elk kind, wiens ouder aan het overlijden van de
wethouder, gewezen of gepensioneerde wethouder recht op pensioen
ontleent, een zevende gedeelte;
b. voor elk ander kind, twee zevende gedeelte van het pensioen
van de overledene, berekend overeenkomstig artikel 28.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ouder mede
begrepen de nabestaande die op het tijdstip van zijn overlijden
de pleegouderlijke zorg had voor het kind, bedoeld in artikel
26.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 32
Wezenpensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders