Elk pensioen eindigt met het einde van de maand waarin
de rechthebbende is overleden. Ingeval van vermissing
van de rechthebbende eindigt het pensioen met een door
burgemeester en wethouders te bepalen dag.
Het tijdelijk pensioen eindigt wanneer de vermiste in
leven blijkt te zijn, met een door burgemeester en
wethouders te bepalen dag.
Een pensioen waarop het recht krachtens artikel 39
vervallen is verklaard, eindigt met het einde van de
maand waarin de beslissing inzake het vervallen
verklaren is genomen.
Het wezenpensioen eindigt voorts met het einde van de
maand waarin:a de rechthebbende de leeftijd van
eenentwintig jaren heeft bereikt of, de leeftijd van
eenentwintig jaren nog niet bereikt hebbende, in het
huwelijk is getreden dan wel partij is bij een
aanmelding, of b ten opzichte van de rechthebbende
ouderschap komt vast te staan van een ander dan degene
aan wiens overlijden het recht op wezenpensioen wordt
ontleend.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 6 › Paragraaf 3
Artikel 65
Einde pensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders