Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten.
Vanuit het oogpunt van lastenverlichting wordt in het derde lid geregeld dat ook alternatieve verantwoordingsbewijzen kunnen worden gevraagd. Daarmee wordt ruimte gecreëerd om uiting te geven aan het uitgangspunt dat de verantwoordingslasten in verhouding moeten staan tot de hoogte van het subsidiebedrag.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000
Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2013