Eerste lid
Het uitgangspunt van artikel 4:13 van de Awb is dat in het wettelijk voorschrift de termijn aangegeven wordt waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. De beslistermijn is vastgesteld op dertien weken (eerste lid). Het merendeel van de aanvragen zal binnen deze termijn kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd.
De verlenging van de beslistermijn biedt dan uitkomst. Deze termijn is op acht weken gesteld (tweede lid).
Tweede lid
Op grond van dit lid kan het besluit worden verdaagd. Dat is iets anders dan de kennisgeving op grond van artikel 4:14 van de Awb. Dat artikel verplicht tot kennisgeving aan de aanvrager van een verlengingsbesluit als de beslistermijn niet gehaald kan worden. Indien de aanvrager meent dat de verlenging niet redelijk is, kan hij tegen het niet tijdig nemen van het besluit in bezwaar en beroep gaan. Artikel 4:14 schort de termijn niet op,
het is alleen een 'beleefdheidsvoorschrift' om te laten weten dat de termijn niet gehaald wordt. Het is dus geen besluit. Een besluit tot verdaging is wel appellabel.
Derde lid
Ingevolge het derde lid kan het college, in aanvulling op de algemene subsidieregeling, categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen voor wie de subsidie wordt vastgesteld zonder dat hiervoor door de subsidieontvanger een aanvraag moet worden ingediend. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden beperkt.
Vierde lid
Het vierde lid biedt de mogelijkheid om tot ambtshalve vaststelling over te gaan als de subsidieontvanger geen aanvraag tot vaststelling doet, ook niet nadat hij daarvoor een nieuwe termijn heeft gekregen.