Tariefstelling en kostendekkendheid
Op 1 januari 1990 is in werking getreden de Wet van 3 juli 1989 (Stb. 1989, 302), tot
wijziging van de gemeentewet op het stuk der belastingen (limitering
onroerendezaakbelastingen, leges en rechten). Deze wet heeft tot gevolg dat vanaf 1 januari
1990 een rechtenverordening niet wordt goedgekeurd indien de geraamde baten van de
rechten uitgaan boven de geraamde gemeentelijke lasten ter zake. Tot 1 januari 1994 gold
een overgangsregeling. Vanaf die datum mag de rechtenverordening maximaal
kostendekkend zijn. Dit is thans geregeld in artikel 229b van de Gemeentewet. Niet elke post
zal dus afzonderlijk op zijn kostendekkendheid worden beoordeeld. Dit laatste zou ook
moeilijk realiseerbaar zijn, gezien het feit dat de kosten voor de individuele diensten moeilijk
zijn te bepalen. Blijkens constante jurisprudentie staat de hoogte van de tarieven niet ter
beoordeling van de belastingrechter, tenzij de verordening zou leiden tot een willekeurige en
onredelijke belastingheffing, waarop de wetgever met het toekennen van de
heffingsbevoegdheid niet het oog kan hebben gehad. Zowel directe als indirecte kosten
kunnen worden doorberekend. Directe kosten zijn kosten die rechtstreeks samenhangen met
de door de gemeente verrichte dienstverlening. Daarbij valt te denken aan directe
loonkosten, directe kapitaallasten en directe materiële kosten. Indirecte kosten zijn kosten die
niet rechtstreeks met de door de gemeente verleende diensten samenhangen. Voor zover deze
in enig verband staan met de specifieke dienstverlening kunnen ook deze kosten worden
doorberekend. Het gaat hier om zogenaamde 'overheadkosten' zoals kosten van restauratieve
voorzieningen, reis- en verblijfkosten, telefoonkosten, portokosten, kosten van
abonnementen op vakbladen, kosten van schrijf- en bureaubehoeften, huisvestingskosten,
kosten van vorming en opleiding, reproduktiekosten, personele kosten etc. Ook als lasten
zijn aan te merken bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke
vervanging van de betrokken activa (artikel 229b, tweede lid, van de Gemeentewet).
Eerste lid
Voor de maatstaf van heffing en de belastingtarieven is verwezen naar de tarieventabel. De
reden waarom voor een tarieventabel is gekozen, is gelegen in het feit dat door middel van
een tarieventabel het eenvoudiger is om de verordening aan te passen aan de plaatselijke
(gewijzigde) omstandigheden.
Tweede lid
De heffingsmaatstaven zijn veelal gekoppeld aan eenheden. Dit artikellid dient ertoe om
gedeelten van een eenheid voor de toepassing van de verordening aan te merken als een volle
eenheid.