Ingevolge artikel 217 van de Gemeentewet dient in de belastingverordening te worden vermeld wie de belastingplichtige is. Vanwege het uiteenlopende karakter van de verschillende diensten is gekozen voor een ruime omschrijving van de belastingplicht om te voorkomen dat in bepaalde situaties geen belastingplichtige zou kunnen worden aangewezen. Het gebruik van de woorden 'dan wel' is bedoeld om te voorkomen dat ter zake
van dezelfde dienst van twee belastingplichtigen, te weten de aanvrager en degene te wiens
behoeve de dienst wordt verricht, brandweerrechten zullen worden geheven. Vanuit de
systematiek van de verordening ligt het voor de hand in eerste instantie de aanvrager van de
dienst in de heffing te betrekken. Indien het niet mogelijk is een aanvrager als
belastingplichtige aan te wijzen, bijvoorbeeld indien de aanvrager duidelijk niet de
belanghebbende is, kan degene ten behoeve van wie de dienst wordt verleend als
belastingplichtige worden aangemerkt. Dit laatste zal zich niet snel voordoen omdat, zoals
reeds eerder is geconstateerd, de aanvrager per definitie een belang heeft bij de
dienstverlening. Het stellen van beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige
is dan ook niet nodig geacht, hoewel het in sommige gevallen niettemin wenselijk zijn
beleidsregels vast te stellen (vgl. Hof Amsterdam 11 december 1998, nr. P97/20678-M-4,
Belastingblad 1999, blz. 535).