**13..** Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:
de weigering van het college van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van
een gemeentelijke monument
een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
een groen of landschapsmonument
een gemeentelijke archeologische monument
een beeldbepalend pand te
verlenen als bedoeld in artikel 4.4, 5.4, 6.4, 7.4 of 8.4 van deze verordening;
de voorschriften door het college van burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning als bedoeld in 4.4, 5.4, 6.4 of 7.4 of 8.4 van deze verordening;
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
**14..** Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.