**11..** De vergunning kan door het college van burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien blijkt dat:
de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 4.4, 5.4, 6.4 7.4 of 8.4 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
niet binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, van de vergunning gebruik wordt gemaakt;
**12..** De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 2
Artikel 9.5
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Subsidieverordening cultuurhistorie 2008