1.. Een vergunning bevat - voorzover van toepassing - in ieder geval de volgende gegevens:

  • - de periode waarvoor de vergunning geldt;
  • - het gebied waarvoor de vergunning geldt;
  • - de tijden waarvoor de vergunning geldt; h
  • - het kenteken of de kentekens van het motorvoertuig of van de motorvoertuigen waarvoor de vergunning is verleend.

2.. Aan een vergunning worden - voor zover van toepassing - in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:

  • - de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van het motorvoertuig waarvan het kenteken is vermeld op de vergunning of in het digitale parkeerbelastingbestand.
  • - een parkeervergunning geldt voor het parkeren van één motorvoertuig op één parkeerapparatuurplaats.

3.. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden ter bescherming van:

  • - het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte
  • - het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu.
  • - overige belangen in verband met regulering van het gebruik van plaatsen.