1.. De op basis van deze verordening te verlenen parkeervergunningen betreffen uitsluitend:

  • - de bewonersvergunning als bedoeld in artikel 9;
  • - de bedrijfsvergunning als bedoeld in artikel 10 en 11;
  • - de overloopvergunning als bedoeld in artikel 12;
  • - de sportverenigingvergunning als bedoeld in artikel 13;
  • - de volkstuinvergunning als bedoeld in artikel 14;
  • - de hulpverlenervergunning als bedoeld in artikel 15;
  • - de milieuparkeervergunning voor bewoners als bedoeld in artikel 16;
  • - de milieuparkeervergunning voor bedrijven als bedoeld in de artikelen 17;
  • - de maatschappelijke vergunning als bedoeld in artikel 18;
  • - de autodeelvergunning als bedoeld in artikel 19;
  • - de stadsbrede autodeelvergunning als bedoeld in artikel 20;
  • - de mantelzorgvergunning, als bedoeld in artikel 21;
  • - de GA-parkeervergunning voor bewoners als bedoeld in artikel 22;
  • - de GA-parkeervergunning voor bezoekers als bedoel in artikel 22B.

2.. De op basis van deze verordening te verlenen bijzondere vergunningen betreffen uitsluitend:

  • - de kraskaartvergunning als bedoeld in artikel 23
  • - de bezoekersvergunning als bedoeld in artikel 24;
  • - de belanghebbendenvergunning als bedoeld in artikel 25.;

3.. Parkeervergunningen en belanghebbendenvergunningen worden verleend op kenteken, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.