Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 27

Geldigheidsduur vergunningen

Onderdeel van Parkeerverordening 2013

1.. De geldigheid van parkeervergunningen en bijzondere vergunningen gaat in op de eerste dag van de maand, tenzij in de nadere regels, bedoeld in hoofdstuk 2, de ingang van de geldigheid anders is geregeld. 2.. De parkeervergunningen vermeld in artikel 7, eerste lid, onder a tot en met l, zijn steeds geldig voor een periode van zes maanden, met dien verstande dat de geldigheid van de overloopvergunning onmiddellijk eindigt indien de houder niet langer op de in artikel 34 bedoelde wachtlijst staat. 3.. In afwijking van het tweede lid kan de geldigheid van de parkeervergunningen, vermeld in artikel 7, eerste lid, onder a tot en met i, korter zijn dan zes maanden, indien: dat nodig is om de afloop aan te sluiten aan de periodieke verlenging als bedoeld in het zesde lid; de vergunninghouder verhuist naar een ander vergunninggebied; de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening of de vigerende Verordening Parkeerbelasting. 4.. De belanghebbendenvergunning en de kraskaartvergunning, verleend op basis van artikel 23, eerste lid, zijn geldig voor een periode van twee jaar, tenzij anders is vermeld op de in artikel 25, vierde lid, genoemde lijst of het recht op de vergunning eerder komt te vervallen. 5.. De GA-vergunning is geldig voor een periode van vijf jaar, tenzij het recht op de vergunning eerder komt te vervallen. 6.. Behoudens het bepaalde in het zevende lid wordt de geldigheid van de in het tweede lid bedoelde parkeervergunningen en de kraskaartvergunning, verleend op basis van artikel 23, tweede lid, steeds stilzwijgend verlengd voor een periode van zes maanden, zolang is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan. 7.. De geldigheid van de mantelzorgvergunning wordt eenmalig stilzwijgend verlengd, mits is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan. 8.. De geldigheid van de belanghebbendenvergunning voor een kwaliteitstaxistandplaats wordt telkens verlengd voor een periode van ten hoogste twee jaar, indien de houder van de belanghebbendenvergunning aantoont dat nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. 9.. De geldigheid van de in het vierde lid bedoelde vergunningen wordt steeds stilzwijgend verlengd voor een periode van twee jaar, zolang voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel