Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 28

Plaats van geldigheid van de vergunningen

Onderdeel van Parkeerverordening 2013

1.. De bewonersvergunning, de bedrijfsvergunning, de overloopvergunning, de sportverenigingvergunning, de volkstuinvergunning, de maatschappelijke vergunning, de milieuparkeervergunning voor bewoners, de milieuparkeervergunning voor bedrijven, de autodeelvergunning, de mantelzorgvergunning, de kraskaartvergunning en de bezoekersparkeervergunning zijn geldig in het vergunninggebied waarvoor ze zijn verleend, tenzij de geldigheid is beperkt ingevolge het vierde lid van dit artikel of ingevolge het vijfde lid van artikel 32. 2.. De belanghebbendenvergunning is geldig op de in de vergunning aangegeven plaats of plaatsen. 3.. De hulpverlenervergunning, de GA-parkeervergunning en de stadsbrede autodeelvergunning zijn geldig in alle vergunninggebieden. 4.. De geldigheid van de parkeervergunningen kan binnen een vergunninggebied naar plaats gedurende bepaalde tijden worden beperkt indien dat in de krachtens hoofdstuk 2 gegeven nadere regels is bepaald. 5.. Het vierde lid is niet van toepassing op de hulpverlenervergunning, de GA-parkeervergunning en de stadsbrede autodeelvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel