**1..** Het college kan binnen een vergunninggebied een gebied aanwijzen waar parkeerduurbeperking is ingesteld, indien dat in de krachtens hoofdstuk 2 gegeven nadere regels is bepaald.
**2..** Een parkeerduurbeperking kan slechts worden ingesteld:
in een winkelstraat;
bij een begraafplaats;
bij een sportvoorziening.
**3..** Een parkeerduurbeperking betreft per etmaal:
maximaal de openingstijden van de winkels in een winkelstraat;
maximaal de openingstijden van de begraafplaats;
maximaal de openingstijden van de sportvoorziening.
**4..** Gedurende een parkeerduurbeperking wordt slechts parkeerbelasting geheven voor blokken van:
60 minuten;
120 minuten;
180 minuten, of
240 minuten
met dien verstande dat in een winkelstraat gedurende de parkeerduurbeperking alleen parkeerbelasting wordt geheven voor blokken van 60 minuten.
**5..** Indien het college toepassing heeft gegeven aan het eerste lid dan is, in afwijking van artikel 28, eerste lid, en artikel 30 een parkeervergunning, vermeld in artikel 7, tweede lid, onder a tot en met e, en g tot en met l, respectievelijk een parkeerkaart bedoeld in artikel 26 onder a, niet geldig.
**6..** Het vijfde lid is niet van toepassing voor een sportverenigingsvergunning als bedoeld in artikel 13, indien dat in de krachtens hoofdstuk 2 gegeven nadere regels is bepaald.
**7..** Het is niet toegestaan om te parkeren in hetzelfde gebied waar parkeerduurbeperking is ingesteld:
binnen 60 minuten na afloop van de periode als bedoeld in het vierde lid onder a en b;
binnen 120 minuten na afloop van de periode als bedoeld in het vierde lid onder c en d.