De omgevingsvergunning kan door het college geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien:

a.. blijkt dat de omgevingsvergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave van gegevens is verleend;

b.. blijkt dat de vergunninghouder aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften niet naleeft;

c.. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen.