**1..** Als de belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, en het maatregelwaardig gedrag niet valt onder de artikelen 9, 12 en 13, dan wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** Is er sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, dan wordt een maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
**a..** bij een benadelingsbedrag tot € 1000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden;
**b..** bij een benadelingsbedrag van € 1000,00 tot € 2000,00: 40 procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden;
**c..** bij een benadelingsbedrag van € 2000,00 tot € 4000,00: 40 procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden;
**d..** bij een benadelingsbedrag van € 4000,00 tot € 10.000,00: 50 procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden;
**e..** bij een benadelingsbedrag van € 10.000,- of meer: 50 procent van de bijstandsnorm gedurende twaalf maanden.
**2..** Maakt een belanghebbende zich binnen een periode van twaalf maanden na vaststelling van de eerdere verwijtbare gedraging opnieuw schuldig aan een verwijtbare gedraging zoals bedoeld in dit artikel, dan wordt de duur van de maatregel verdubbeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en bijstand 2013