Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1. Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis

Artikel 2.

Afwegingskader

Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,

Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief de tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en leefbaar te houden. Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke zorg. Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Om te beoordelen of sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie gekeken. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen voeren. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden. Daarna beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Voor dit resultaat zijn bijvoorbeeld een glazenwasser of een was- en strijkservice voorliggende algemene voorzieningen. Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de handicap, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen. Is sprake van een latrelatie, dan zal de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner bij kan dragen aan het huishouden. Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, zal het college compenseren. Hierbij wordt uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen: ‘Normering hulp bij het huishouden’. Uiteraard wordt hierbij gekeken naar persoonlijke omstandigheden van de aanvragen en kan het aantal te leveren uur hoger of lager worden vastgesteld. De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. De hoogte van de pgb’s staan in het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland. Bij huishoudelijke hulp in natura kent het college hulp toe in uren. Een indicatie wordt afgegeven voor de duur van maximaal 5 jaar. Er zijn situaties waarbij indicaties niet voor de maximale duur afgegeven worden. Dergelijke situaties komen voor bij: - ontslag uit ziekenhuis: in deze situatie wordt in eerste instantie een indicatie voor de duur van 3 maanden afgegeven. - progressieve ziekte: bij dergelijke ziektebeelden is het moeilijk te zeggen hoe de ziekte zich ontwikkelt. Afhankelijk van de situatie wordt een kortdurende indicatie afgegeven. In eerste instantie kan gedacht worden aan 6 maanden. Een vervolgindicatie kan eenvoudig worden geregeld door bijvoorbeeld de informatie van de huisarts of specialist te gebruiken. - gezinnen met kinderen in relatie met de toepassing van gebruikelijke zorg op het moment dat inwonende kinderen 18 of 23 jaar worden, wordt er een andere rol in het huishouden van ze verwacht. Dit kan mogelijk de ingezette hulp beïnvloeden. De geldigheidsduur van de indicatie wordt hierop afgestemd. Wanneer bij een mantelzorger sprake is van problemen met een schoon huis is sprake van een afgeleid recht van de verzorgde. De mantelzorger heeft geen zelfstandig recht.

Rechtspraak bij dit artikel