Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief
de tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en
leefbaar te houden.
Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van
gebruikelijke zorg. Van gebruikelijke zorg is sprake indien
er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden
geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder
huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis
van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze -
één huishouden vormt met de persoon die beperkingen
ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend
kind, maar zijn ook inwonende ouders. Om te beoordelen of
sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke
situatie gekeken. Daarbij staat inwonend tegenover het
hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding,
waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten
nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij
gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd
van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten
verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun
eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en
spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine)
boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij
gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om
naast een volledige baan een huishouden te kunnen voeren.
Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot
gedurende een aantal dagen en nachten zullen de
niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het
zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om
uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven
liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat
direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk
gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden.
Daarna beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen
gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Voor dit
resultaat zijn bijvoorbeeld een glazenwasser of een was- en
strijkservice voorliggende algemene voorzieningen.
Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen
mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de
situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor
deze werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden
van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden
en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de
handicap, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen
compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit
is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er
zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze
hulp zelf te betalen. Is sprake van een latrelatie, dan zal
de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner bij kan
dragen aan het huishouden.
Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
van het probleem, zal het college compenseren. Hierbij wordt
uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen: ‘Normering hulp bij
het huishouden’. Uiteraard wordt hierbij gekeken naar
persoonlijke omstandigheden van de aanvragen en kan het
aantal te leveren uur hoger of lager worden vastgesteld.
De hulp kan door het college worden toegekend in natura of
in de vorm van een persoonsgebonden budget. De hoogte van de
pgb’s staan in het Besluit voorzieningen Wmo gemeente
Waterland.
Bij huishoudelijke hulp in natura kent het college hulp toe
in uren.
Een indicatie wordt afgegeven voor de duur van maximaal 5
jaar. Er zijn situaties waarbij indicaties niet voor de
maximale duur afgegeven worden. Dergelijke situaties komen
voor bij:
- ontslag uit ziekenhuis: in deze situatie wordt in eerste instantie
een indicatie voor de duur van 3 maanden afgegeven.
- progressieve ziekte: bij dergelijke ziektebeelden is het moeilijk
te zeggen hoe de ziekte zich ontwikkelt. Afhankelijk van de situatie
wordt een kortdurende indicatie afgegeven. In eerste instantie kan
gedacht worden aan 6 maanden. Een vervolgindicatie kan eenvoudig
worden geregeld door bijvoorbeeld de informatie van de huisarts of
specialist te gebruiken.
- gezinnen met kinderen in relatie met de toepassing van
gebruikelijke zorg op het moment dat inwonende kinderen 18 of 23
jaar worden, wordt er een andere rol in het huishouden van ze
verwacht. Dit kan mogelijk de ingezette hulp beïnvloeden. De
geldigheidsduur van de indicatie wordt hierop afgestemd.
Wanneer bij een mantelzorger sprake is van problemen met een
schoon huis is sprake van een afgeleid recht van de
verzorgde. De mantelzorger heeft geen zelfstandig recht.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1. Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis
Artikel 2.
Afwegingskader
Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,