In de Wmo is in artikel 4 lid 1 geen duidelijk onderscheid gemaakt
tussen resultaten die bereikt moeten worden op het huishoudelijke
vlak en resultaten voor wat betreft een voor de persoon en zijn
kenmerken geschikte woning. De term ‘voeren van een huishouden’
geeft daar geen duidelijkheid over. Daarbij is er één belangrijke
voorwaarde voordat er gecompenseerd kan worden: er moet een woning
zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om
voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor
een woning te zorgen. Bij de keus van een woning moet de burger
rekening houden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met
bestaande of bekende komende beperkingen rekening moet worden
gehouden.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 2.
Artikel 3.
Inleiding
Onderdeel van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,