Het college stelt de boete vast op 50% van het benadelingsbedrag als
a. er sprake is van verminderde verwijtbaarheid:
b. de omstandigheden van persoon en gezin daartoe aanleiding geven.
het college ziet geheel of gedeeltelijk af van het opleggen van een boete bij dringende redenen.
Bij recidive zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing.
Toelichting:
De hoogte van de boete wordt op grond van artikel 5:46 Awb nader afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon en gezin.
De ernst van het feit vloeit rechtstreeks uit de gedraging voort. De wet heeft hieraan het rechtsgevolg van de bestuurlijke boete verbonden. Er zal dan ook niet snel aanleiding voor afstemming zijn.
Verminderde verwijtbaarheid kan leiden tot een lagere boete. NB een hogere boete wegens verzwarende omstandigheden mag niet worden opgelegd. Voorbeelden van verminderde verwijtbaarheid staan in het Besluit aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW wetgeving (Stbl. 2012/484):
- betrokkene verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden die niet tot het normale levenspatroon behoren en die emotioneel zo ontwrichtend waren dat het niet (volledig) verstrekken van inlichtingen hem niet (volledig) valt toe te rekenen;
- betrokkene verkeerde (tijdelijk) in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen;
- betrokkene heeft weliswaar niet (tijdig) aan zijn inlichtingenplicht voldaan, maar heeft uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voor de overtreding werd geconstateerd.
Dit is een niet limitatieve opsomming.
Uit het oogpunt van duidelijkheid en uitvoerbaarheid wordt, als is vastgesteld dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, de boete verlaagd tot 50% van het benadelingsbedrag, zonder allerlei niet of nauwelijks te beredeneren gradaties.
Bij de weging van de gevolgen van de boeteoplegging voor de omstandigheden van persoon en gezin kan worden gedacht aan de financiële gevolgen en aan de effecten die dat heeft op bijvoorbeeld de (minderjarige) kinderen. Er moet wel sprake zijn van zeer bijzondere omstandigheden voor tot matiging (tot 50%) van de boete kan worden overgegaan. Het alleen hebben van een financieel nadeel mag niet leiden tot een lagere boete. Deze weging gebeurt op het moment dat de boete wordt opgelegd.
Dringende redenen. Van het opleggen van een boete kan ook (gedeeltelijk) worden afgezien bij dringende redenen. Het moet om een uitzonderlijke situatie gaan, waarbij het opleggen van een boete leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de belanghebbende.
Afzien van boete. Bij ontbreken van verwijtbaarheid wordt geen boete opgelegd (artikel 5:41 Awb). Dat geldt ook als er sprake is van een rechtvaardigheidsgrond (artikel 5.5 Awb) of ingeval van overlijden van de dader.
Recidive. Als de belanghebbende binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de eerste overtreding nogmaals de inlichtingenplicht schendt, is er sprake van recidive. De boete is dan in beginsel 150% van het benadelingsbedrag.
De hiervoor besproken wegingsfactoren zijn vervolgens van toepassing alvorens de boete wordt vastgesteld.
Artikel 3:
Afstemming van de boete
Onderdeel van Beleidsregels boeteoplegging WWB,IOAW en IOAZ 2013 gemeente Velsen