De belanghebbende wordt verzocht schriftelijk zijn zienswijze te geven op het voornemen tot boeteoplegging.
Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, of als de belanghebbende daartoe de wens te kennen geeft, wordt de belanghebbende uitgenodigd op om mondeling zijn zienswijze te geven op een door het college te bepalen plaats en tijdstip.
Toelichting:
De procedure tot opleggen van een bestuurlijke boete is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de lichte procedure bij boetes tot € 340 en de zware procedure bij boetes vanaf dat bedrag.
Bij de zware procedure moet de belanghebbende in de gelegenheid worden gesteld om zijn zienswijze te geven. Daar heeft hij ook wel belang bij, omdat dit voor hem de gelegenheid biedt tot het geven van argumenten voor de weging van de mate van verwijtbaarheid. Uit praktische overwegingen wordt in beginsel gekozen voor een schriftelijke procedure.
De belanghebbende krijgt schriftelijk een voornemen tot opleggen van een boete en de uitnodiging om voor een door het college te bepalen datum te reageren. Bij de brief tot voornemen wordt de onderliggende rapportage gevoegd en een (standaard) vragenlijst. Zo nodig moeten de stukken worden verstrekt in een voor de belanghebbende begrijpelijke taal.
Men is niet verplicht de zienswijze te geven.
Als er sprake is van mondeling horen dan geldt het zwijgrecht. De belanghebbende moet hierop worden gewezen (de cautie).
Artikel 4.
Zienswijze belanghebbende
Onderdeel van Beleidsregels boeteoplegging WWB,IOAW en IOAZ 2013 gemeente Velsen