Lid 1
In gevallen waarin toepassing van het sociaal statuut zou leiden tot
een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het college van
burgemeester en wethouders van het statuut afwijken in een voor de
ambtenaar gunstige zin.
Lid 2
In gevallen waarin het sociaal statuut niet voorziet, beslist het
college van burgemeester en wethouders.