**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, lid 2 WWB, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op 10% van de bijstandnorm (inclusief vakantietoeslag) gedurende een periode die overeenkomt met de in het eerste lid bedoelde periode.
**3..** Ingeval de duur van de in het eerste lid bedoelde periode niet, dan wel in onvoldoende mate kan worden vastgesteld bedraagt de duur van de verlaging met 10% ten hoogste 60 maanden.
**4..** Een maatregel van 10% van de bijstand voor de duur van 1 maand indien de belanghebbende:
geen medewerking verleent aan het in naam van belanghebbende doen van noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand (artikel 57, aanhef en onder a WWB);
niet voldoet aan de verplichting zich te onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard (artikel 55 WWB);
later terugkeert van vakantie dan ingevolge artikel 13, eerste lid, onder d, van de WWB is toegestaan;
niet (tijdig) voldoet aan verplichtingen in verband met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand of die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstand (artikel 55 WWB).
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Olst-Wijhe