Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB, wordt de bijstand afgestemd met 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
In afwijking van het eerste lid wordt, indien het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan is gelegen in de omstandigheid dat er een beroep op bijstand is gedaan doordat de belanghebbende verwijtbaar niet of niet meer over de middelen beschikt, de bijstand of de uitkering afgestemd met 20 % gedurende maximaal het aantal maanden dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand of uitkering.
Indien het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan is gelegen in de omstandigheid dat de belanghebbende door eigen toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden, wordt de bijstand afgestemd met 100% gedurende een maand.
Het percentage van de afstemming of de duur van de afstemming wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de bijstand dan wel de uitkering wordt afgestemd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging.
Met een besluit waarmee de bijstand dan wel de uitkering wordt afgestemd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid van deze verordening.
Paragraaf
Artikel 11.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in het kader van de WWB
Onderdeel van Verordening afstemming WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Pijnacker-Nootdorp 2013