Indien een voorliggende voorziening wegens verrekening van een bestuurlijke boete in verband met herhaalde schending van de inlichtingenplicht niet tot uitbetaling komt, wordt dit als tekortschietend besef van verantwoordelijkheid aangemerkt. De bijstand wordt dan gedurende drie maanden verlaagd.
De verlaging op grond van het eerste lid bedraagt gedurende drie maanden 100% van de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt.
De verlaging op grond van het eerste lid bedraagt de eerste maand 100% en de tweede en derde maand 20 % van de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt.
In afwijking van het tweede en derde lid kan het college de bijstand verlagen met inachtneming van de beslagvrije voet indien aannemelijk is dat verlaging op de wijze, bedoeld in het tweede en derde lid zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin of anderszins sprake is van dringende redenen.
Bij bijstandsafhankelijkheid langer dan drie maanden is artikel 11, tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf
Artikel 12.
Voorliggende voorziening komt niet tot uitbetaling
Onderdeel van Verordening afstemming WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Pijnacker-Nootdorp 2013