Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel onderwijsmogelijkheden jongeren.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 26 maart 2013.
De secretaris, De burgemeester
ALGEMENE TOELICHTING
Inleiding
Met de komst van de Wet investeren in jongeren (WIJ) per 1 oktober 2009 is het accent voorjongeren verlegd van een uitkering naar werken of leren, met als afgeleide eventueel eeninkomensvoorziening. Dat was een wezenlijk ander uitgangspunt dan de WWB, waarbij deuitkering voorop stond met daaraan verbonden de arbeidsverplichtingen.
Per 1 januari 2012 is de Wet investeren in jongeren ingetrokken. De jongeren uit de WIJzijn overgeheveld naar de WWB, maar de uitgangspunten van de WIJ worden niet verlaten;
de WWB 2012 richt zich op het verscherpen van de voorwaarden voor het recht op bijstand voor jongeren, en op de plichten die deze jongeren krijgen. In de toelichting op het wetsvoorstel heeft de wetgever aangegeven het belangrijk te vinden dat jongeren (personen jonger dan 27 jaar) actief in de samenleving meedoen.
Eén van de aanscherpingen in het wetsvoorstel is dat jongeren die zich bij de gemeentemelden, niet direct een aanvraag voor algemene bijstand mogen indienen. Dat mag pas navier weken. Mensen die ouder zijn dan 27 jaar mogen dat wel direct. In die vier weken moetenjongeren naar werk of regulier onderwijs zoeken. De verplichting van jongeren om tezoeken naar regulier bekostigd onderwijs is een andere aanscherping van de WWB. Deze aanscherping is vastgelegd in artikel 13, lid 2, sub c van de Wet werk en bijstand en wordt in dezebeleidsregels nader ingevuld. Het aangepaste artikel 13 WWB is per 1 juli 2012 inwerking getreden. De gemeenten in de RMC regio Utrecht (Regionaal Meld en Coördinatiepunt) hebben werkafspraken gemaakt met het RMC en de ROC’s om dit wetsartikel, waarbij alle partijen een rol spelen, zo goed en efficiënt mogelijk uit te voeren.
Geen recht indien onderwijsmogelijkheden
Als een jongere nog mogelijkheden heeft in het regulier bekostigd onderwijs en hij kan daarvoorstudiefinanciering krijgen, dan wordt hij uitgesloten van het recht op algemene bijstand.
Als een jongere geen studiefinanciering kan krijgen, maar hij wel regulier onderwijs kan volgenen dat nalaat, wordt hij ook uitgesloten. Dit is wat in lid 2, sub c van artikel 13 WWB isgeregeld. Het kabinet wil met deze bepaling voorkomen dat jongeren nalaten hun opleidingaf te ronden.
Studiefinanciering is een passende en toereikende voorliggende voorziening als een aanvraagvoor een bijstanduitkering wordt ingediend door een jongere tot 27 jaar. Dit geldt ookvoor een (rentedragende) lening op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF). Hetfeit dat door deze lening een studieschuld wordt opgebouwd, doet niets af aan het feit dat heteen passende voorliggende voorziening is. Het volgen van uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs is ook mogelijk zonder dat een jongere aanspraak heeft op studiefinanciering. Denk bijvoorbeeld aan het voortgezet onderwijs of de beroepsbegeleidende leerweg (BBL-opleiding). Kan een jongere zo’n door het Rijk gefinancierde opleiding volgen waarvoor geen recht op studiefinanciering bestaat, maar laat hij dat na, dan bestaat geen recht op algemene bijstand (artikel 13 lid 2 onderdeel c onder 2 WWB). Hieruit volgt dat wanneer een jongere wél een uit ’s Rijks kas bekostigde opleiding volgt waarvoor geen recht op studiefinanciering bestaat, hij dus ook in aanmerking kan komen voor algemene bijstand. Overigens heeft hij in dat geval geen aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling (zie W1.1.3.4).
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 6
– Citeertitel
Onderdeel van Beleidsregel onderwijsmogelijkheden van jongeren in de Wet werk en bijstand