Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 18.

Archeologische instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013

1.. Het is verboden om in een archeologisch (verwachtings)gebied, bedoeld in artikel 1, onder k, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag werkzaamheden uit te voeren welke verstoring van mogelijke archeologische resten onder het maaiveld kunnen veroorzaken, waaronder: Bouw- of sloopwerkzaamheden grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur 2.. Het verbod, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, is niet van toepassing als één van de volgende gevallen zich voordoet: de werkzaamheden veroorzaken dieper dan 0,30 meter onder het maaiveld geen verstoring; in de legenda van de gemeentelijke archeologische beleidskaart is aangegeven dat er geletop de aard van het archeologische (verwachtings)gebied (als in artikel 1, sub k) en de omvang van het plangebied geen vergunning nodig is; er is sprake van een vanaf 1 januari 2012 vastgesteld en geldend bestemmingsplan of geldende beheersverordening waarin regels zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg er is sprake van een vanaf 1 januari 2012 verleende omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wabo en hierin zijn voorschriften opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. de bouwwerkzaamheden betreffen vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en uitsluitend gebruik gemaakt wordt van de bestaande fundering; de werkzaamheden mogen op het tijdstip van in werking treden van deze verordening worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning de werkzaamheden zijn reeds in uitvoering op het tijdstip van in werking treden van deze verordening; de werkzaamheden behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werkzaamheden worden uitgevoerd ten dienste van archeologisch onderzoek. (voor waterbodems) de onderhoudsbaggerwerkzaamheden gaan aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; aanvrager heeft een rapport overgelegd waarin de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld en de betrokken archeologische waarden, mits gelet op het rapport behoudenswaardig geacht, worden door de in de aanvraag beschreven werkzaamheden naar oordeel van het bevoegd gezag niet geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door het opstellen van regels, gericht op: het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); het doen van opgravingen (behoud ex situ); begeleiding van de beschreven activiteiten door een hiertoe bevoegde (archeologische) instantie. het bevoegd gezag heeft een vergunning verleend, waarbij in de regels of voorschriften is vastgelegd dat een archeologisch rapport overgelegd moet worden waarin de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld en de betrokken archeologische waarden, mits gelet op het rapport behoudenswaardig geacht, worden door de in de aanvraag beschreven werkzaamheden naar oordeel van het bevoegd gezag niet geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door het opstellen van regels, gericht op: het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); het doen van opgravingen (behoud ex situ); begeleiding van de beschreven activiteiten door een hiertoe bevoegde (archeologische) instantie. 3.. Het bepaalde in lid 2, sub b, is niet van toepassing indien binnen een periode van 24 maanden voor de datum van de voorgenomen werkzaamheden binnen het onderhavige terrein, op aangrenzende terreinen of op terreinen op een afstand van minder dan 25 meter het bepaalde in lid 2, sub b, reeds van toepassing is geweest op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel