**1..** Het is verboden om in een archeologisch
(verwachtings)gebied, bedoeld in artikel 1, onder k, zonder
of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het
bevoegd gezag werkzaamheden uit te voeren welke verstoring
van mogelijke archeologische resten onder het maaiveld
kunnen veroorzaken, waaronder:
Bouw- of sloopwerkzaamheden
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen,
afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en
ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of
dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het
aanleggen van drainage;
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en
bomen;
het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of
telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende
constructies, installaties of apparatuur
**2..** Het verbod, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, is niet van
toepassing als één van de volgende gevallen zich voordoet:
de werkzaamheden veroorzaken dieper dan 0,30 meter onder het
maaiveld geen verstoring;
in de legenda van de gemeentelijke archeologische
beleidskaart is aangegeven dat er geletop de aard van het
archeologische (verwachtings)gebied (als in artikel 1, sub
k) en de omvang van het plangebied geen vergunning nodig
is;
er is sprake van een vanaf 1 januari 2012 vastgesteld en
geldend bestemmingsplan of geldende beheersverordening
waarin regels zijn opgenomen omtrent archeologische
monumentenzorg
er is sprake van een vanaf 1 januari 2012 verleende
omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in
artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wabo en hierin
zijn voorschriften opgenomen omtrent archeologische
monumentenzorg.
de bouwwerkzaamheden betreffen vervanging, vernieuwing of
verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte
voor zover gelegen op of onder het maaiveld niet wordt
uitgebreid en uitsluitend gebruik gemaakt wordt van de
bestaande fundering;
de werkzaamheden mogen op het tijdstip van in werking treden
van deze verordening worden uitgevoerd krachtens een reeds
verleende
vergunning
de werkzaamheden zijn reeds in uitvoering op het tijdstip
van in werking treden van deze verordening;
de werkzaamheden behoren tot het normale onderhoud en beheer
van de gronden;
de werkzaamheden worden uitgevoerd ten dienste van
archeologisch onderzoek.
(voor waterbodems) de onderhoudsbaggerwerkzaamheden gaan
aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte
baggerdieptes;
aanvrager heeft een rapport overgelegd waarin de
archeologische waarden van de betrokken locatie naar het
oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn
vastgesteld en de betrokken archeologische waarden, mits
gelet op het rapport behoudenswaardig geacht, worden door de
in de aanvraag beschreven werkzaamheden naar oordeel van het
bevoegd gezag niet geschaad of mogelijke schade kan worden
voorkomen door het opstellen van regels, gericht op:
het treffen van maatregelen, waardoor archeologische
resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud
in
situ);
het doen van opgravingen (behoud ex
situ);
begeleiding van de beschreven activiteiten door een
hiertoe bevoegde (archeologische) instantie.
het bevoegd gezag heeft een vergunning verleend, waarbij in
de regels of voorschriften is vastgelegd dat een
archeologisch rapport overgelegd moet worden waarin de
archeologische waarden van de betrokken locatie naar het
oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn
vastgesteld en de betrokken archeologische waarden, mits
gelet op het rapport behoudenswaardig geacht, worden door de
in de aanvraag beschreven werkzaamheden naar oordeel van het
bevoegd gezag niet geschaad of mogelijke schade kan worden
voorkomen door het opstellen van regels, gericht op:
het treffen van maatregelen, waardoor archeologische
resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud
in
situ);
het doen van opgravingen (behoud ex
situ);
begeleiding van de beschreven activiteiten door een
hiertoe bevoegde (archeologische) instantie.
**3..** Het bepaalde in lid 2, sub b, is niet van toepassing indien
binnen een periode van 24 maanden voor de datum van de
voorgenomen werkzaamheden binnen het onderhavige terrein, op
aangrenzende terreinen of op terreinen op een afstand van
minder dan 25 meter het bepaalde in lid 2, sub b, reeds van
toepassing is geweest op een aanvraag om een
omgevingsvergunning.
Hoofdstuk 7.
Artikel 18.
Archeologische instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013