**1..** Indien binnen het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen
onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen
in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988 met uitzondering
van boringen, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze
wet, het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld
in artikel 1 onder o van deze verordening, waarbij nadere regels
worden gesteld ten aanzien van het onderzoek.
**2..** Indien binnen het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen
onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van boringen in
de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd
de overige bepalingen van deze wet, de verstoorder, voorafgaand aan
het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder n
van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te
overleggen.
**3..** In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
acht te worden genomen.
**4..** Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
Archeologische monumentenzorg.
Hoofdstuk 7.
Artikel 19.
Opgravingen en begeleiding
Onderdeel van Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013