a. Inleiding
De serre-. boog- en zaagtandstallen zijn een nieuw fenomeen voor de gemeente Waterland. Deze relatief omvangrijke nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen hebben een eigentijdse verschijningsvorm en detaillering. Over het algemeen bieden gebiedsgerichte criteria voor het buitengebied weinig houvast bij de welstandsbeoordeling van deze bouwwerken.
b. Serrestal
De serrestal is een sinds enkele jaren incidenteel voorkomend stalconcept in de veehouderij. Het wordt gekenmerkt door een eenvoudig uit te breiden systeem van tunnelframes die reeksen boogvormige daken vormen. Het systeem is eenvoudig uit te breiden door de bestaande tunnels te verlengen, of door een nieuwe tunnel er naast toe te voegen. De stal is bruikbaar voor allerlei vormen van veeteelt maar kan ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld machineopslag. De basis voor de bovenbouw van de serrestal is een thermisch verzinkt stalen frame. De dakbedekking bestaat uit één of twee lagen kunststof folie met daaroverheen een schaduwdoek. De stal is zowel met een dichte nok als met een (beweegbare) open nok leverbaar. De gevels van de stal worden opgetrokken uit een lage keerwand met daarboven een windbreekgaas of een ventilatiegordijn. Desgewenst zijn de gevels eveneens in andere materialen uitvoerbaar.
c. Boogstal
De boogstal is eveneens een nieuw stalconcept in de veehouderij. Het wordt gekenmerkt door een kolomloze boogvormige overspanning van 25 tot maximaal 50 meter breed en een hoogte van 6 tot maximaal 12 meter. De boogstal is opgebouwd uit een onderbouw en een bovenbouw. Deze zijn onafhankelijk van elkaar te bouwen. De dakconstructie is ook toe te passen op een conventionele onderbouw. De bovenbouw is opgebouwd uit stalen vakwerkliggers, bekleed met windbreekgaas en waterdicht foliemateriaal. Er is veel keuze in kleur en materiaal van kap en kopgevels. De kopgevels kunnen eventueel ook naar binnen geplaatst worden om een overkapte buitenruimte te maken.
d. Zaagtandstal
De zaagtandstal heeft een detaillering en materiaalgebruik dat overeenkomt met traditionele veestallen. Alleen de dakvorm is afwijkend. De vorm van het zaagtand- of sheddak roept associaties op met industriële gebouwen. De stal is een eenvoudig uit te breiden systeem van een staalconstructies met traditionele (golfplaat) materialen als muur- en dakbedekking. De verticale kant van de zaagtand is voorzien van windbreekgaas en moet op het noorden georiënteerd zijn. De nokhoogte op de lage (zuid-)kant is ongeveer 4,5 meter en de nok/goothoogte aan de hoge (noord-)kant is ongeveer 7 meter, ongeacht de omvang van de stal. Daarmee is de totale hoogte van de stal soms lager dan traditionele veestallen. De diffuse lichttoetreding vanaf het noorden en de ventilatie zijn bevorderlijk voor de welzijn van de dieren.
Hoofdstuk 2 › § 2.3. Welstandscriteria voor specifieke bouwwerken
Artikel Beschrijving
Artikel Beschrijving
Onderdeel van De raad van de gemeente Waterland,