Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.3. Welstandscriteria voor specifieke bouwwerken

Artikel Objecgerichte welstandscriteria voor (stolp)boerderijen

Artikel Objecgerichte welstandscriteria voor (stolp)boerderijen

Onderdeel van De raad van de gemeente Waterland,

a. Relatie met de omgeving de kleinste bepalende eenheid van het gebied omvat op zichzelf staande gebouwen (zowel stolpboerderijen als minder typerende woningen) op een erf de hoofdrichting van de bebouwing dient in principe evenwijdig te zijn aan de zijdelingse perceelgrenzen de bebouwing dient vrij op het erf te staan, enigszins teruggelegen van de straat b. Massa en opbouw voor de hoofdvorm dient het uitgangspunt te zijn, één lage begane-grondlaag plus piramidevormig dak. de maat van de stolp varieert van klein, bij een plattegrond van 12.00 bij 12.00 meter, tot groot bij een plattegrond van 20.00 bij 20.00 meter; een stolp is niet altijd vierkant, maar kan ook rechthoekig zijn de dakhelling is tenminste 45°, maar bij voorkeur steiler tot 56° aan de buitenzijde van een stolpboerderij moet in principe tot uitdrukking komen dat een stolp van oorsprong bestaat uit een woongedeelte (grotere openingen in de gevels) en een werkgedeelte (kleinere openingen in de gevels met veelal een darsdeur) een eventueel staartstuk is in maatvoering ondergeschikt aan het hoofdvolume en is aangebouwd aan de achtergevel een stolpboerderij verdraagt moeilijk een ander aangebouwd gebouw dan een staartstuk; soms behoort een bescheiden serre tegen de zij- of achtergevel tot de mogelijkheden de tegenstelling tussen het open muurwerk en het gesloten, massieve dak dient te worden behouden concentreer grote ingrepen zoveel mogelijk op één punt een dakkapel mag alleen op de voorgevel en achtergevel worden geplaatst dakvensters en zonnecollectoren zijn toegestaan, mits de maat in verhouding staat tot het oppervlak van de kap en overige reeds aanwezige elementen daarin vlakke dakramen hebben een staande diagonaal en dienen op een rij te worden geplaatst (geen strookramen) kleine raampjes mogen verspreid in de kap liggen loggia’s zijn alleen aan de achterkant toegestaan het ouder maken van de stolp door het toevoegen van elementen of details die horen bij een voorbije stijlperiode en nooit onderdeel van het gebouw geweest zijn, is ongewenst maak duidelijk onderscheid in massa en vormgeving tussen hoofdgebouw en bijgebouwen bijgebouwen dienen zich bij voorkeur achter het hoofdgebouw te bevinden bijgebouwen dienen vrij te staan van de overige gebouwen een stolp heeft in principe geen balkon c. Detaillering, materiaal en kleurgebruik de voorgevel dient een rijker karakter te hebben dan zij- en achtergevel extra aandacht in detaillering is vereist voor: voordeuren, garagedeuren, gootbakken, boeiboorden, windveren, dakkapellen, kozijnen, hekwerk, dorpels, lateien, vensterbanken een subtiel, maar waarneembaar reliëf in de gevel door middel van neggen, kozijnhout, onderdorpels, gootlijst etc, is gewenst de ramenkozijnen van het woonhuis gedeelte dienen te bestaan uit een schuifraam met wisseldorpel en roedeverdeling glasroeden mogen alleen in ramen worden geplaatst en dienen van hout te zijn; dikte ± 28 millimeter de elementen in de gevel (deuren, ramen etc) dienen in een consistente verhouding te staan tot elkaar en de gevel als geheel gebruik als hoofdmateriaal van de gevel baksteen in aardtinten of geel/oranje, al dan niet in combinatie met houten delen; andere materialen zijn hieraan ondergeschikt; de dakbedekking dient te bestaan uit keramische dakpannen of riet het toepassen van riet op een dak is alleen toegestaan als dat oorspronkelijk ook was toegepast niet toegestaan zijn: wit/grijze steen/kalkzandsteen, beton en kunststof of aluminium beplating het gebruik van kunststof is niet toegestaan, tenzij sprake is van houtgelijkende materialen en detailleringen bij restauratie/verbouwing dienen materialen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de oorspronkelijke materialen (hout, betimmeringen, deuren, ramen, kozijnen, voegspecie en gevelstenen) gebruik voor het landelijk gebied kenmerkende kleuren: voor kozijnen en lijsten gebroken wit en ramen en deuren (draaiende delen) donkere kleuren (voornamelijk donker groen)

Rechtspraak bij dit artikel