Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.3. Welstandscriteria voor specifieke bouwwerken

Artikel Objectgerichte welstandscriteria voor dakopbouwen

Artikel Objectgerichte welstandscriteria voor dakopbouwen

Onderdeel van De raad van de gemeente Waterland,

a. Dakopbouw uit de eerste bouwlaag alleen aan de achterzijde en één volledige verdiepingshoogte ter weerszijden van de dakopbouw moet minimaal 0,50 meter dakvlak aanwezig blijven; vanaf een kopgevel tenminste 1,50 meter vrijhouden materiaal, kleurgebruik, detaillering en vormgeving identiek aan of reagerend op het oorspronkelijke bouwwerk plat afgedekt en dichte zijwanden b. Dakopbouw over de nok of met verlegde nok een dakopbouw over de nok of met verlegde nok is alleen toegestaan bij een zadeldak dat evenwijdig aan de straat is gelegen een dakopbouw over de nok is alleen toegestaan als het dak minder steil is dan 30 graden, omdat een dakopbouw anders te dominant is vanaf de weg een dakopbouw met verlegde nok is alleen toegestaan als het dak minder steil is dan 50 graden bij een dakopbouw met verlegde nok dient in principe het dakvlak in de straatgevel verlengd te worden de hoogte van het kozijn van een dakopbouw moet in een goede relatie staan tot de hoogte van het beschikbare dakvlak en mag, buitenwerks gemeten, maximaal 1,25 meter bedragen bij tussenwoningen loopt de dakopbouw in principe van bouwmuur tot bouwmuur bij een dakopbouw over de nok op een kopwoning dient een minimale afstand van 1,50 meter tot aan de kopgevel aangehouden te worden tussen de oorspronkelijke goot en de onderdorpel van de dakopbouw bij voorkeur vijf, maar tenminste drie rijen met dakpannen (á 30 centimeter) vrijhouden, dan wel een vergelijkbare maat de hellingshoek van de dakopbouw gelijk aan die van het oorspronkelijke dak. materiaal, kleurgebruik, detaillering en vormgeving identiek aan of reagerend op het oorspronkelijke bouwwerk een dakopbouw heeft dichte zijwanden

Rechtspraak bij dit artikel