Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een
besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging
van een vergunning op grond van artikel 9, onderdeel g, schade
lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot
het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en waarvan een
vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college
op verzoek aan hem een vergoeding toe.
Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt
overeenkomstig een door het college vast te stellen
nadeelcompensatieregeling beslist.