Het college kan de vergunning met het oog op de belangen genoemd in
artikel 8 lid 2 wijzigen of intrekken, alsmede en indien:
de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het
onherroepelijk worden van de vergunning met de feitelijke
werkzaamheden is begonnen;
de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de
leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes
maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een
periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is en niet
onderhouden is;
blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige
gegevens is verleend;
de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
afgegeven;
de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze
verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;
na het verlenen van de vergunning het college gegronde reden
heeft om aan te nemen dat het van kracht blijven van de
vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens,
natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere
voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet
kan worden tegemoetgekomen;
dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken door of
vanwege de gemeente;
dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken door of
vanwege derden.
Hoofdstuk
Artikel 9
Intrekken, wijzigen vergunning door college
Onderdeel van Leidingenverordening Papendrecht