1. De subsidieontvanger verstrekt het college tijdig informatie over feiten en omstandigheden die voor de subsidieverlening relevant kunnen zijn. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:
a. het wijzigen van de statuten;
b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijgen, vervreemding of bezwaren van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;
d. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
e. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
f. het vaststellen of wijzigen van tarieven door de subsidieontvanger in de gewone uitvoering van voor zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties.