1. Het college kan bij de vaststelling van de subsidie toestemming verlenen aan de subsidieontvanger om het positieve verschil tussen de verleende subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten toe te voegen aan de algemene reserves of bestemmingsreserves. Dit kan slechts wanneer de subsidieontvanger alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend heeft verricht en aan alle verplichtingen opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening heeft voldaan.
2. De jaarlijkse toevoeging aan de reserves mag niet meer dan 5% van het verleende subsidiebedrag bedragen. De som van de jaarlijkse toevoegingen mag niet meer dan 10% van het verleende subsidiebedrag bedragen. Overschrijding van deze percentages leidt tot terugvordering van de subsidie.
3. In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de in lid 2 genoemde percentages. Deze bevoegdheid heeft het college slechts indien de subsidieontvanger naar het oordeel van het college de noodzaak voor een hogere reservering voldoende heeft aangetoond.
Hoofdstuk 8
Artikel 15
Vorming van reserves
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Vlaardingen 2011