1. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8, lid 1 overlegt de aanvrager, naast de al in artikel 3 vermelde bescheiden:
a. een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring;
2. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8, lid 2 overlegt de aanvrager, naast de al in artikel 3 vermelde bescheiden:
a. een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring;
b. een kopie van de verleende concessie.
3. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8, lid 3 voor het berijden van het autoluwe gebied om parkeergelegenheid op eigen terrein in het autoluwe gebied te bereiken, overlegt de aanvrager, naast de al in artikel 3 vermelde bescheiden:
a. een bewijs van een zakelijk recht op de parkeergelegenheid op eigen terrein waarvoor ontheffing wordt aangevraagd;
4. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8 lid 4 voor het berijden van het autoluwe gebied om parkeergelegenheid op eigen terrein in het autoluwe gebied te bereiken, overlegt de aanvrager, naast de al in artikel 3 vermelde bescheiden:
a. een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring;
b. een bewijs van een zakelijk recht op de parkeergelegenheid op eigen terrein;