Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Incidentele ontheffingen autoluwe gebieden

Onderdeel van Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Vlaardingen 2013

1. Een incidentele ontheffing voor het berijden van een autoluw gebied met een motorvoertuig buiten de venstertijd kan worden verleend aan: a. een bouw-, installatie- en reparatiebedrijf; b. een uitvaartvoertuig met maximaal vijf volgvoertuigen; c. een bruidsvoertuig met maximaal vijf volgvoertuigen; d. een anoniem waardetransport; e. een evenemententransport; f. een schoonmaakbedrijf; g. een storingsdienst; h. een beveiligingsdienst; i. een verhuisbedrijf; j. een bewoner van een autoluw gebied voor het door hem zelf uitvoeren van een verhuizing naar zijn eigen woonadres; k. een decorwagen ten behoeve van de schouwburg; l. een zendwagen van radio en tv; m. hoogwaardigheidsbekleders; n. hiermee gelijk te stellen ondernemingen, personen of gevallen. 2. De aanvrager van de ontheffing, niet zijnde een bewoner, overlegt een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring. 3. De ontheffing kan alleen worden verleend indien de aanvrager aantoont dat: a. de uit te voeren werkzaamheid of de uit te voeren activiteit in het autoluwe gebied niet kan worden uitgevoerd tijdens de venstertijd; b. de goederen, gereedschappen of materialen niet op een andere wijze of op andere tijden kunnen worden afgeleverd of afgehaald; 4. In bijzondere omstandigheden kan het college ambtshalve een ontheffing verlenen. 5. Indien de noodzaak daartoe aanwezig wordt geacht, kan het college afwijken van de geldigheidsduur; 6. Een incidentele ontheffing wordt niet vaker aan één en dezelfde onderneming verleend dan zes keer per half jaar, uitgezonderd de onderneming van het uitvaart- en trouwvoertuig met maximaal vijf volgvoertuigen. 7. De ontheffing wordt op naam en adres van de ontheffinghouder en op kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt verleend, gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel