1.. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

  • - bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten/prestaties;
  • - bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 5 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

2.. De aanvraag tot vaststelling bevat:

  • - een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten/prestaties waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
  • - een overzicht van de activiteiten/prestaties en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
  • - een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;
  • - een accountantsverklaring.

3.. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.