Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Benoeming, ontslag, zittingduur, enzovoorts

Onderdeel van Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten

4.1 De benoeming van de leden en het plaatsvervangend lid, geschiedt op voordracht van burgemeester en wethouders door de gemeenteraad. 4.2 De leden van de commissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Deze benoeming kan eenmalig worden verlengd voor een periode van ten hoogste drie jaar 4.3 De leden treden af op 1 juli, voor het eerst in het jaar 2013. 4.4 De commissie stelt in haar eerste vergadering een rooster van aftreden vast. 4.5 De gemeenteraad is bevoegd om de leden te allen tijde ongevraagd ontslag te verlenen, welkontslag met redenen omkleed moet zijn. 4.6 De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen, hetgeen schriftelijk dient te geschieden bij degemeenteraad. 4.7 Het lid, dat benoemd is in een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waaropdegene, die hij is opgevolgd, had moeten aftreden. 4.8 Het lid, dat aftreedt of ontslag neemt, blijft het lidmaatschap vervullen, totdat zijn opvolger debenoeming heeft aanvaard. 4.9 Het lid, dat de vereiste hoedanigheid verliest op grond waarvan hij deel uitmaakt van decommissie, houdt tegelijkertijd op lid te zijn van de commissie. 4.10 Hetgeen in deze verordening is bepaald over de leden geldt ook voor de plaatsvervangendeleden.

Rechtspraak bij dit artikel