Naar hoofdinhoud

Deel › Hoofdstuk 2

Artikel 2.1.2

Begeleiding en instructie

Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010

A. Begeleiding. Voor de bepaling van de inhoud en omvang van de begeleiding en instructie bij een ontregelde huishouding zal ook moeten worden gekeken naar begeleiding die onder de Awbz voorziening Begeleiding wordt geboden. Dit is een voorliggende voorziening voor de Wmo. Het uitgangspunt daarbij is de omschrijving in artikel 6 het Besluit Zorgaanspraken AWBZ: Begeleiding omvat door een instelling te verlenen activiteiten aan verzekerden met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die matige of zware beperkingen hebben op het terrein van de sociale redzaamheid, het bewegen en verplaatsen, het psychisch functioneren, het geheugen en de oriëntatie, of die matig of zwaar probleemgedrag vertonen. De activiteiten zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing van de verzekerde. De activiteiten bestaan uit: het ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen, het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie, of het overnemen van toezicht op de verzekerde. Het verschil tussen begeleiding die onder de Awbz valt en begeleiding bij hulp bij een ontregelde huishouding (zie 1.2.3.) is niet altijd geheel helder. Doorslaggevend is de doelstelling van de begeleiding: verbetering of handhaven van het niveau van functioneren valt onder de begeleidingsfuncties (ook enige sturing in het wonen en woningonderhoud valt daaronder). Als het gaat om de organisatie van het onderhoud van de woning én het overnemen van enige activiteiten op het gebied van het huishouden moet hulp bij het huishouden worden geïndiceerd. In alle andere situaties is begeleiding aan de orde. B. Instructie bij ontregelde huishouding (art.1.2.3). Leeftijd of het niet gewend zijn aan huishoudelijk werk kunnen invloed hebben op het vermogen van andere leden uit het leefeenheid om huishoudelijke taken over te nemen. Als dit noodzakelijk is door uitval van een van de leden kan aan de gezonde anderen een instructie worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op huishoudelijk gebied. Ook het trainen van huisgenoten om bepaalde huishoudelijke handelingen te verrichten of om te gaan met huishoudelijke hulpmiddelen valt als activiteit onder de functie hulp bij het huishouden: instructie. Het gaat dan om een kortdurende indicatie voor beperkte tijd, waarin de noodzakelijke huishoudelijke vaardigheden worden aangeleerd. Een andere situatie treedt op, wanneer iemand doelgerichte training nodig heeft in ondermeer huishoudelijke vaardigheden met als doel het dagelijkse functioneren te verbeteren op meer gebieden dan alleen het huishouden. Een methodische aanpak is daarbij noodzakelijk. In dat geval geldt de AWBZ-voorziening begeleiding als dominante functie. De instructie moet dus in directe relatie staan met de verzorgende activiteiten wil er sprake kunnen zijn van de Wmo-functie/voorziening instructie bij ontregelde huishouding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel