A. Begeleiding.
Voor de bepaling van de inhoud en omvang van de begeleiding en
instructie bij een ontregelde huishouding zal ook moeten worden
gekeken naar begeleiding die onder de Awbz voorziening Begeleiding
wordt geboden. Dit is een voorliggende voorziening voor de Wmo.
Het uitgangspunt daarbij is de omschrijving in artikel 6 het
Besluit Zorgaanspraken AWBZ:
Begeleiding omvat door een instelling te verlenen activiteiten aan
verzekerden met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische
aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of
zintuiglijke handicap die matige of zware beperkingen hebben op het
terrein van de sociale redzaamheid, het bewegen en verplaatsen, het
psychisch functioneren, het geheugen en de oriëntatie, of die matig
of zwaar probleemgedrag vertonen. De activiteiten zijn gericht op
bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en
strekken tot voorkoming van opname in een instelling of
verwaarlozing van de verzekerde. De activiteiten bestaan uit: het
ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen, het
ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie,
of het overnemen van toezicht op de verzekerde.
Het verschil tussen begeleiding die onder de Awbz valt en
begeleiding bij hulp bij een ontregelde huishouding (zie 1.2.3.) is
niet altijd geheel helder. Doorslaggevend is de doelstelling van de
begeleiding: verbetering of handhaven van het niveau van
functioneren valt onder de begeleidingsfuncties (ook enige sturing
in het wonen en woningonderhoud valt daaronder). Als het gaat om de
organisatie van het onderhoud van de woning én het overnemen van
enige activiteiten op het gebied van het huishouden moet hulp bij
het huishouden worden geïndiceerd. In alle andere situaties is
begeleiding aan de orde.
B. Instructie bij ontregelde huishouding (art.1.2.3).
Leeftijd of het niet gewend zijn aan huishoudelijk werk kunnen
invloed hebben op het vermogen van andere leden uit het leefeenheid
om huishoudelijke taken over te nemen. Als dit noodzakelijk is door
uitval van een van de leden kan aan de gezonde anderen een
instructie worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op
huishoudelijk gebied. Ook het trainen van huisgenoten om bepaalde
huishoudelijke handelingen te verrichten of om te gaan met
huishoudelijke hulpmiddelen valt als activiteit onder de functie
hulp bij het huishouden:
instructie. Het gaat dan om een kortdurende indicatie voor beperkte
tijd, waarin de noodzakelijke huishoudelijke vaardigheden worden
aangeleerd.
Een andere situatie treedt op, wanneer iemand doelgerichte training
nodig heeft in ondermeer huishoudelijke vaardigheden met als doel
het dagelijkse functioneren te verbeteren op meer gebieden dan
alleen het huishouden. Een methodische aanpak is daarbij
noodzakelijk. In dat geval geldt de AWBZ-voorziening begeleiding als
dominante functie.
De instructie moet dus in directe relatie staan met de verzorgende
activiteiten wil er sprake kunnen zijn van de
Wmo-functie/voorziening instructie bij ontregelde huishouding.
Deel › Hoofdstuk 2
Artikel 2.1.2
Begeleiding en instructie
Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010