Naar hoofdinhoud

Deel › Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Eigen verantwoordelijkheid cliënt

Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010

De cliënt ondervindt derhalve beperkingen in het huishouden; deze zijn gerelateerd aan beperkingen op twee andere terreinen, te weten: sociale redzaamheid en/of mobiliteit. Uitgangspunt hierbij is dat de leefeenheid primair zelf de verantwoordelijkheid draagt voor het bevorderen en in stand houden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Dat betekent dat van een leefeenheid verwacht wordt dat, bij uitval van een van de leden van die leefeenheid, gestreefd wordt naar een herverdeling van de huishoudelijke taken binnen die leefeenheid. De aanspraak op de voorziening hulp bij het huishouden bestaat slechts aanvullend op eigen mogelijkheden. Daarbij geldt dat in ieder geval altijd beoordeeld wordt in hoeverre hulp antirevaliderend kan werken, welke technische hulpmiddelen voor oplossing van huishoudelijke problemen kunnen zorgen en welke hulp in redelijkheid langdurig noodzakelijk is èn tevens de goedkoopst, adequate is. Ook wordt beoordeeld of aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening in de zin van artikel 2 Wmo en artikel 2 lid 2 onder i van de Verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel