Met de definitie van het begrip leefeenheid worden alle bewoners van
één adres die samen een duurzaam huishouden voeren, aangeduid. Als
er sprake is van kamerverhuur, rekenen we de huurder van de
betreffende ruimte niet tot het huishouden. Als mensen zelfstandig
samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen
(bijvoorbeeld bij woongemeenschappen van kloosterlingen, ouderen of
gehandicapten), veronderstellen we dat het aandeel in het
schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt
overgenomen door de andere leden van de leefeenheid. De eventuele
indicatie voor hulp bij het huishouden betreft dan alleen de eigen
woonruimte (kamers) van de zorgvrager. Indien alle bewoners
zorgbehoevend zijn bestaat geen indicatie voor het schoonmaken van
de gemeenschappelijke ruimten. Het vinden van een oplossing hiervoor
wordt als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid gezien en als
inherent aan de gekozen woonvorm.
Deel › Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
De leefeenheid
Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010