Naar hoofdinhoud

Deel › Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Algemeen gebruikelijke voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010

Van algemeen gebruikelijke voorzieningen dient gebruik te worden gemaakt voor zover zich (in redelijkheid) geen ernstige beletselen voordoen. Op basis van jurisprudentie is duidelijk wat begrepen wordt onder de algemeen gebruikelijke voorziening. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: 1. Het aan te schaffen object kan voor een niet-gehandicapte in een financieel vergelijkbare positie tot het normale aanschaffingspatroon worden gerekend. 2. Het is gewoon te koop. 3. Het is niet duurder dan soortgelijke producten. 4. Het is niet speciaal voor gehandicapten. Tot de algemeen gebruikelijke voorzieningen behoren (niet limitatieve lijst): · kinderopvang (crèche, overblijfmogelijkheden op school); · voor- en naschoolse opvang; · oppascentrale; · hondenuitlaatservice; · boodschappendienst; · sociale alarmering. Er zal altijd moeten worden nagegaan of dergelijke voorzieningen ook daadwerkelijk beschikbaar en adequaat zijn. De wens geen gebruik te maken van voorliggende en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen, terwijl die wel wettelijk verankerd òf feitelijk aanwezig zijn, kan niet tot een indicatie leiden. Of de cliënt dan daadwerkelijk de betreffende voorziening zal gaan gebruiken is niet relevant. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de cliënt en zijn leefeenheid. Van cliënten die bij de aanvraag om hulp al gebruik maken van dergelijke voorzieningen wordt verwacht dat zij dit blijven doen. Aanspraak op de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden bestaat aanvullend op de eigen mogelijkheden van de leefeenheid. Afwijking van deze norm is geoorloofd als het verrichten van een taak geschiedt vanuit intenties als ‘aanleren’, ‘observeren’ dan wel stimulering van de zelfredzaamheid. Bij cliënten die geen gebruik maken van voorliggende en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen dient bekeken te worden in hoeverre mogelijkheden aanwezig zijn om hiervan gebruik te maken. Van een cliënt verwachten we dat hij/zij alles in het werk stelt om zo snel mogelijk in aanmerking te komen voor adequate voorzieningen. In crisissituaties kan voor een termijn van maanden een indicatie worden afgegeven om de eigen oplossing te regelen. Financiële omstandigheden zijn geen reden om een indicatie af te geven, maar ook niet om daarvan af te zien. Tijdelijke oplossingen zoals een gastgezin, buren, oppas aan huis kunnen als overbrugging fungeren van de wachttijd voor een voorliggende voorziening. De indicatiesteller moet de sociale kaart goed in beeld hebben, zodat hij/zij kan beoordelen of een algemeen gebruikelijke voorziening daadwerkelijk beschikbaar is.

Rechtspraak bij dit artikel