Van algemeen gebruikelijke voorzieningen dient gebruik te worden
gemaakt voor zover zich (in redelijkheid) geen ernstige beletselen
voordoen. Op basis van jurisprudentie is duidelijk wat begrepen
wordt onder de algemeen gebruikelijke voorziening. Er moet voldaan
zijn aan de volgende voorwaarden:
1. Het aan te schaffen object kan voor een niet-gehandicapte in een
financieel vergelijkbare positie tot het normale
aanschaffingspatroon worden gerekend.
2. Het is gewoon te koop.
3. Het is niet duurder dan soortgelijke producten.
4. Het is niet speciaal voor gehandicapten.
Tot de algemeen gebruikelijke voorzieningen behoren (niet
limitatieve lijst):
· kinderopvang (crèche, overblijfmogelijkheden op school);
· voor- en naschoolse opvang;
· oppascentrale;
· hondenuitlaatservice;
· boodschappendienst;
· sociale alarmering.
Er zal altijd moeten worden nagegaan of dergelijke voorzieningen
ook daadwerkelijk beschikbaar en adequaat zijn.
De wens geen gebruik te maken van voorliggende en/of algemeen
gebruikelijke voorzieningen, terwijl die wel wettelijk verankerd òf
feitelijk aanwezig zijn, kan niet tot een indicatie leiden. Of de
cliënt dan daadwerkelijk de betreffende voorziening zal gaan
gebruiken is niet relevant. Het behoort tot de verantwoordelijkheid
van de cliënt en zijn leefeenheid. Van cliënten die bij de aanvraag
om hulp al gebruik maken van dergelijke voorzieningen wordt verwacht
dat zij dit blijven doen.
Aanspraak op de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden bestaat
aanvullend op de eigen mogelijkheden van de leefeenheid. Afwijking
van deze norm is geoorloofd als het verrichten van een taak
geschiedt vanuit intenties als ‘aanleren’, ‘observeren’ dan wel
stimulering van de zelfredzaamheid.
Bij cliënten die geen gebruik maken van voorliggende en/of algemeen
gebruikelijke voorzieningen dient bekeken te worden in hoeverre
mogelijkheden aanwezig zijn om hiervan gebruik te maken. Van een
cliënt verwachten we dat hij/zij alles in het werk stelt om zo snel
mogelijk in aanmerking te komen voor adequate voorzieningen. In
crisissituaties kan voor een termijn van maanden een indicatie
worden afgegeven om de eigen oplossing te regelen. Financiële
omstandigheden zijn geen reden om een indicatie af te geven, maar
ook niet om daarvan af te zien. Tijdelijke oplossingen zoals een
gastgezin, buren, oppas aan huis kunnen als overbrugging fungeren
van de wachttijd voor een voorliggende voorziening. De
indicatiesteller moet de sociale kaart goed in beeld hebben, zodat
hij/zij kan beoordelen of een algemeen gebruikelijke voorziening
daadwerkelijk beschikbaar is.
Deel › Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010