Een indicatiesteller kan besluiten dat een huisgenoot of partner
geen gebruikelijke zorg kan leveren als deze zodanige
gezondheidsproblemen heeft dat de indicatiesteller redelijkerwijs
moet concluderen dat de
betreffende taken niet door hem uitgevoerd kunnen worden.
Een indicatiesteller moet altijd onderzoeken of een leefeenheid,
gegeven de voor die leefeenheid geldende gebruikelijke zorg, door de
(chronische) uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast
wordt en overbelasting dreigt.
Wanneer partner of huisgenoot gezondheidsproblemen en beperkingen
heeft of door de combinatie van een (volledige) werkkring of
opleiding en het voeren van het huishouden overbelast dreigt te
raken, zullen de (medische) gegevens ter onderbouwing daarvan door
de betrokkene moeten worden aangeleverd. De indiceerder en/of het
college moet zich daar dan een geobjectiveerd oordeel over
vormen.
Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een
combinatie van werk en gebruikelijke zorg en andere activiteiten dan
werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke zorg voor.
Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn
om een indicatie te geven voor gebruikelijke zorg. Met andere
woorden: ondanks beoefening van vrijetijdsbesteding wordt
gebruikelijke zorg van de huisgenoot verwacht.
In geval de leden van een leefeenheid dreigen overbelast te raken
door de combinatie van werk en verzorging van de zieke
partner/huisgenoot, kan een indicatie worden gesteld op de
onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke zorg worden gerekend.
In eerste instantie zal die indicatie van korte duur zijn om de
leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan
de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een
partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de
andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk
en verzorging van de inwonende kinderen.
Deel › Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting
Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010