Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Uitbetaling persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011

Als het persoonsgebonden budget berekend is, kan het bij beschikking aan de aanvrager worden bekendgemaakt. In deze beschikking wordt vermeld wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en voor hoeveel jaar het persoonsgebonden budget bedoeld is. Om volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het persoonsgebonden budget dient te worden aangeschaft en meer precies: aan welke vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt een zo nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de beschikking gevoegd. Dit programma van eisen wordt bij de indicatiestelling vastgelegd. In het programma van eisen wordt ondermeer vastgelegd hoe hoog, breed en diep een rolstoel moet zijn. Of en zo ja wat voor beensteunen, etc.. Hierdoor kan voorkomen worden dat door onduidelijkheid over de eisen die aan de voorziening gesteld moeten worden een verkeerde voorziening wordt aangeschaft. Dat zou tot inadequate voorzieningen kunnen leiden, wat op zich weer tot nieuwe aanvragen aanleiding zou kunnen zijn. Dit is uitsluitend te voorkomen door een programma van eisen onderdeel uit te laten maken van de beschikking. Wordt dan toch een voorziening aangeschaft die niet aan dat program van eisen voldoet, dan is gehandeld in strijd met de beschikking. Is de beschikking verzonden, dan kan het persoonsgebonden budget beschikbaar worden gesteld. Dat kan in één keer, indien daar aanleiding voor is (een aan te schaffen voorziening zal ook in één keer betaald moeten worden), maar zou ook in termijnen kunnen, bijvoorbeeld bij een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden. Om de betaling overzichtelijk te houden zou er voor gekozen kunnen worden dit persoonsgebonden budget per kwartaal of per half jaar beschikbaar te stellen. Daarbij zal er rekening moeten worden gehouden dat bij betaling over een lange periode zoals bij de hulp in het huishouden uitsluitend betaling achteraf problemen zal opleveren. Immers de houder van het persoongebonden budget als werkgever, dient elke periode het salaris van de hulp aan het einde van de periode over te maken. De houder van het persoonsgebonden budget moet dan wel zelf het geld al op de rekening hebben staan anders moet hij dat zelf voorschieten. Betaling per voorschot, of aan het begin van de periode, ligt dan voor de hand. Hierbij zullen de volgende regels worden gehanteerd: 1. Het bedrag voor de volgende voorzieningen zal in één keer worden uitbetaald als de beschikking is genomen: a. woonvoorzieningen (bijvoorbeeld douchestoel); b. vervoersvoorzieningen (bijvoorbeeld scootmobielen, driewielfietsen ed); c. rolstoelvoorzieningen. 2. Per periode van vier weken wordt uitbetaald: a. kosten voor de hulp bij het huishouden. 3. Per kwartaal wordt uitbetaald: a. de forfaitaire tegemoetkoming vervoersvoorziening. In de beschikking zal ook opgenomen moeten worden dat er een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd is. De gemeente vraagt zelf geen inkomensgegevens aan de klant voor het vaststellen van een eigen bijdrage. Zowel voor de verstrekking in natura als voor de verstrekking door middel van een persoonsgebonden budget, wordt de eigen bijdrage vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor. Dat betekent dat de mensen het volledige persoonsgebonden budget krijgen uitbetaald en naderhand een nota van het Centraal Administratie Kantoor ontvangen. Naast de aankondiging in de beschikking van het vaststellen en innen van de eigen bijdrage, zal hierover voldoende informatie aan de klant moeten worden gegeven (zie ook onder §2.8).

Rechtspraak bij dit artikel