Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Wwb: de Wet werk en bijstand;
b. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d. uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de Wwb, de Ioaw of de Ioaz.
e. Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet die ingeschreven staan bij het UWV-werkbedrijf;
f. niet uitkeringsgerechtigden (nuggers): personen als bedoeld in de Wwb, artikel 6 onder a;
g. jongeren: personen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar die aanspraak hebben op ondersteuning;
h. ondersteuning: het geheel aan activiteiten, al dan niet onderdeel uitmakend van een plan van aanpak, dat bijdraagt aan arbeidsinschakeling dan wel het leveren van een tegenprestatie voor de uitkering, met activiteiten wordt in dit verband hetzelfde als instrumenten bedoeld;
i. tegenprestatie: onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, welke worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt;
j. arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7,eerste lid, onder a van de Wwb.
k. algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid niet zijnde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening die men naar vermogen kan verrichten en die niet in strijd is met de wet of iemands persoonlijke integriteit,
l. startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2,eerste lid onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereiden wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
m. re-integratievoorziening; een voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de Wwb, en hoofdstuk 5 van deze verordening;
n. plan van aanpak: het plan van aanpak zoals omschreven in artikel 44a Wwb;
o. participatieladder: instrument om eenvoudig en eenduidig de maatschappelijke participatie van een persoon in beeld te
brengen;
p. participatietrede: trede van de participatieladder waarop de klant participeert, waarbij de hoogste haalbare trede 6 voor betaald werk staat, trede 5 voor betaald werk met ondersteuning, trede 4 voor onbetaald werk, trede 3 voor deelname aan georganiseerde activiteiten, trede 2 voor sociale contacten buitenshuis en trede 1 voor geïsoleerd levend;
q. loonkostensubsidie: een ( gedeeltelijke) vergoeding van de brutoloonkosten die de de werkgever maakt voor de werknemer die in dienst is op grond van een tijdelijke arbeidsovereenkomst;
r. vrijwilligerswerk: onbetaalde onverplichte activiteiten bij non-profit instellingen als gevolg waarvan de re-integratie van uitkeringsgerechtigde wordt bevorderd en gericht is op arbeidsinschakeling of maatschappe
lijke participatie;
s. participatieplaats: een arbeidsplaats waar met behoud van uitkering additionele werkzaamheden worden verricht door uitkeringsgerechtigden die op grond van persoonlijke belemmeringen niet direct bemiddelbaar zijn onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 10a van de Wwb
t. sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie.
u. college: het college van burgemeester en wethouders van Meppel;
v. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Meppel;