1. Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden, jongeren, Anw-ers en Nuggers alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10 tweede lid van de Wwb, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de Wwb is overeenkomstig van toepassing.
2. Het college kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen Werkbedrijf, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voorzieningen als bedoeld in deze verordening aanbieden aan personen aan wie het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt.
3. Het college kan een voorziening, als bedoeld in deze verordening, aanbieden aan personen, die behoren tot de doelgroep, als beschreven in artikel 1, sub 1,2 en 3 van de Wet Participatiebudget.
4. Bij toepassing van het eerste, tweede of derde lid, beoordeelt het college of een voorziening noodzakelijk is voor inschakeling naar arbeid van de uitkeringsgerechtigde, de jongere , de Anw-er en de nugger.
5. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen als bedoeld in lid 1,2 en 3 wordt door het college een afweging gemaakt, of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een persoon, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in arbeid.
6. Het college kan, in afwijking van lid 1 besluiten een tegenprestatie te vragen voor de verstrekte uitkering zonder dat hierbij de aansluiting bij de arbeidsmarkt betrokken is. Het college werkt de criteria voor het vragen van een tegenprestatie uit in nadere regels.
7. Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod van ondersteuning en voorzieningen
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Opdracht college
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2012