Lid 1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag, belanghebbende en indien van toepassing zijn/haar huisgenoten:
- - op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen;
- - op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.
lid 2 Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen deskundige / adviesinstantie om advies indien:
- - het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 5 is gevoerd;
- - het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 5 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden;
- - het college dat overigens gewenst vindt.